Op de IAA (Internationale Automobil Aussstellung) van 1965 stond op de stand van GM opeens een uitgesproken strak gelijnde sportauto. De fabrikant beweerde dat de auto bedoeld was als testwagen. Op de nieuwe testbaan Dudenhofen kon men met behulp van deze auto allerlei componenten op hoge snelheid worden getest. Dat klonk aannemelijk, maar de sportwagen was meer bedoeld als stylingstudie, om de reacties van het publiek te peilen.
De naam die er aan gegeven werd was Opel GT Coupé Experimental.
De bezoekers reageerden enthousiast en het management zag een markt voor een dergelijke sportauto. Aan het oorspronkelijke ontwerp (van Clare McKichan) werd niet veel veranderd toen de auto productierijp werd gemaakt. De productiewagen kreeg een iets boller uiterlijk, de neus werd gewijzigd en er werd een ander systeem voor de wegdraaibare koplampen bedacht. De wagen ging in september '68 in serieproductie met naar keuze een 1.1 of een 1.9 liter motor. De 1.9 liter motor met 90 Pk maakte het mogelijk om met 185Km/uur over de snelweg te razen. Nadat besloten was de auto in serieproductie te nemen deed een kleine moeilijkheid zich voor.
Het ontbrak Opel aan productiecapaciteit. Bij diverse Duitse carrosseriebedrijven klopte men tevergeefs aan. Of de fabrieken waren te klein voor de massaproductie, of de bedrijven hadden banden met andere merken en konden dus geen opdrachten aannemen van GM. Uiteindelijk werd voor een tweetal Franse fabrieken gekozen. Tijdens de productieperiode werden geen noemenswaardige wijzigingen aangebracht. Wel werd de 1.1 al in 1970 uit productie genomen (waarschijnlijk door de schamele motor). Het jaar daarna werd de GT/J geïntroduceerd, waarbij de "J" stond voor junior.
De GT/J was altijd uitgerust met de 1.9 krachtbron. Echter, de uitrusting was vereenvoudigd. In plaats van oliedruk- en ampèremeter had de GT/J controlelampjes. Ook al het chroom was matzwart wat de auto een sportievere uitstraling moest geven. Ondanks de goede verkoopresultaten ging de GT al in Augustus 1973 uit productie. Daarvoor betond een aantal redenen. Ten eerste: de Franse toeleverancier werd door Renault overgenomen. Ten tweede: de Amerikaanse veiligheidseisen werden steeds strenger. De GT zou flink aangepast moeten worden om daaraan te voldoen. Ten derde: de Kadett C stond op stapel. De consequentie was dat ook de coupé voor wat betreft het onderstel flink gewijzigd zou moeten worden.
Aanleiding voor de fabriek in Rüsselsheim om de GT met ingang van het modeljaar 1974 niet meer in de catalogus op te nemen.